Als de tranen je in de ogen stonden bij het lezen van "Hoe
kon je?", zoals bij mij toen ik het schreef, dan komt dat
doordat het een samenstelling is van de verhalen van
miljoenen huisdieren die ieder jaar in asiels over de hele
wereld sterven. Iedereen mag het verhaal verspreiden voor
niet-commerciële doeleinden, zolang de auteur wordt vermeld.


Gebruik dit verhaal om mensen voor te lichten. Vertel mensen
dat een huisdier in huis nemen een belangrijke beslissing
is, en dat dieren onze liefde en zorg verdienen. Dat een
huisdier je eigen verantwoordelijkheid is, en een huisgenoot
voor jaren.

Je krijgt er zoveel liefde en trouw voor terug!

 

"Hoe kon je?"

 

Toen ik een pup was, amuseerde ik je met mijn gekste streken
en maakte ik je aan het lachen. Je noemde mij je kind, en
ondanks een aantal kapot gekauwde schoenen en wat vermoorde
kussentjes werd ik je beste vriend. Als ik "stout" was,
schudde je met je vinger naar me en vroeg me "hoe kon je?",
maar dan gaf je weer toe en rolde je me op mijn rug om mijn
buik te kriebelen.

Mijn zindelijkheidstraining duurde wat langer dan verwacht
omdat je het vreselijk druk had, maar daar hebben we allebei
hard aan gewerkt. Ik weet nog dat ik 's nachts mijn neus
tegen je aanschurkte en dat ik naar je diepste geheimen en
dromen luisterde, en ik kon me geen beter leven voorstellen.
We maakten lange wandelingen en renden door het park,
maakten ritjes in de auto, stopten om een ijsje te kopen (ik
kreeg alleen het hoorntje want "ijs is slecht voor honden",
zei je) en ik deed lange dutjes in de zon en wachtte tot je
aan het eind van de dag thuis zou komen.

Geleidelijk ging je meer tijd aan je werk en je carrière
besteden, en meer tijd aan het zoeken van een menselijke

partner. Ik wachtte geduldig op je, troostte je als je

                                               gekwetst of teleurgesteld was, gaf je nooit op je kop als je
                                              een verkeerde beslissing nam en sprong vrolijk in het rond
                                               als je thuis kwam. En toen werd je verliefd. Zij - inmiddels
                                          je vrouw - is geen "hondenmens". Toch verwelkomde ik haar in
                                                  het huishouden, probeerde haar genegenheid te geven en
                                             gehoorzaamde haar. Ik was gelukkig omdat jij gelukkig was.

                                                  Toen kwamen de menselijke baby's en ik deelde in je
                                          opwinding. Ik was gefascineerd door hun roze huidjes, hoe ze
                                            roken, en ik wilde ze ook bemoederen. Alleen maakte jij en
                                             zij je zorgen dat ik ze pijn zou doen, en ik werd de meeste
                                              tijd naar een andere kamer verbannen, of naar de bench.
                                              Oh..., ik wilde zo graag van ze houden, maar ik werd een
                                                                    "gevangene van de liefde".

                                             Toen ze groeiden, werd ik hun vriend. Ze hingen aan mijn
                                            vacht en trokken zichzelf op wiebelige beentjes op, staken
                                           vingers in mijn ogen, onderzochten mijn oren en gaven mij
                                             kusjes op m'n neus. Ik hield van ze en van hun aanraking 
                                        jouw aanrakingen waren nu zo zeldzaam -, en ik zou hen met
                                           mijn leven hebben verdedigd als het nodig was geweest. Ik
                                         glipte stiekem in hun bedden en luisterde naar hun zorgen en
                                      geheime dromen, en samen wachtten we op het geluid van jouw
                                                                                      auto op de oprit.


Er was een tijd dat, -als anderen je vroegen of je een hond
had, je een foto van mij uit je portefeuille haalde en hen
verhalen over mij vertelde. De afgelopen jaren antwoordde je
slechts "ja" en veranderde van onderwerp. Ik was van "jouw
hond" verworden tot slechts "een hond", en iedere euro die
je aan mij besteedde werd er een teveel. Nu heb je een
carrièrekans in een andere stad, en jij en je gezin
verhuizen naar een appartement waar geen honden toegestaan
zijn. Je hebt de juiste beslissing genomen voor je "gezin",
maar er was een tijd dat ik je enige "gezinslid" was. Ik was
blij en opgewonden over de autorit, tot we bij het
dierenasiel stopten. Het rook naar honden en katten, naar
angst, naar hulpeloosheid. Je vulde de paperassen in en zei
"ik weet zeker dat jullie een goed tehuis voor haar vinden".
Zij haalden hun schouder op en keken je meewarig aan. Zij
kennen de harde werkelijkheid voor een hond van middelbare
leeftijd, zelfs voor een met "papieren".

Je moest de vingertjes van je zoon van mijn halsband
lostornen terwijl hij schreeuwde "Nee pappa! Laat ze niet

 mijn hond meenemen!". En ik maakte mij zorgen om hem, en
over wat je hem hiermee bijbracht over vriendschap en trouw,
liefde en verantwoordelijkheid, en over respect voor alle
leven. Je gaf me een afscheidsklopje op mijn hoofd, je
vermeed het mij in de ogen te kijken, en weigerde beleefd
mijn halsband en riem mee te nemen. Je moest nog een
deadline halen -en ik nu ook
Na je vertrek zeiden de twee aardige dames dat je
waarschijnlijk al maanden wist dat je zou verhuizen, en dat
je geen poging had gedaan om een goed tehuis voor me te
vinden. Ze schudden het hoofd en zeiden "hoe kon je".

Ze geven ons hier in het asiel zoveel aandacht als mogelijk
is met hun drukke bezigheden. Ze voeren ons natuurlijk, maar
al dagen heb ik geen trek meer. In het begin rende ik iedere
keer als er iemand langskwam naar het hek, hopende dat jij
het was. Dat je van gedachten was veranderd. Dat dit
allemaal een nare droom was. Of hoopte ik tenminste dat het
iemand was die medelijden met me had, die me zou redden.
Toen ik me realiseerde dat ik niet opkon tegen die met gekke
fratsen aandacht vragende pupjes, -die geen idee hadden wat
hen te wachten stond, trok ik me maar terug in het verste
hoekje van mijn kennel en wachtte af.

Ik hoorde haar voetstappen toen ze me kwam halen aan het
eind van de dag, en ik liep met haar terug de gang door naar
een aparte kamer. Een gelukzalig stille kamer. Ze plaatste
me op de tafel en wreef over mijn oren en vertelde me dat ik
me geen zorgen moest maken. Mijn hart bonkte in afwachting
van wat er ging gebeuren, maar ook voelde ik een zekere
opluchting. De "gevangene van de liefde" was aan het einde
van haar dagen gekomen. Omdat het mijn aard is, had ik met
haar te doen. De last die zij moet torsen is zwaar, dat weet
ik zoals ik ook altijd jouw stemmingen aanvoelde.
Voorzichtig plaatste ze een tourniquet om mijn voorpoot

 terwijl een traan over haar wangen gleed. Ik likte haar hand
op dezelfde manier als ik altijd bij jou deed om je te
troosten, al die jaren geleden. Met grote vaardigheid liet
ze de injectienaald in mijn ader glijden. Toen ik de steek
voelde en de koele vloeistof die zich door mijn lichaam
verspreidde, ging ik slaperig liggen, keek haar in de ogen
en fluisterde "hoe kon je?".

Misschien begreep ze mijn hondentaal, want ze zei "het spijt
me zo". Ze hield me tegen zich aan en legde mij haastig uit
dat het haar taak was ervoor te zorgen dat ik naar een
betere wereld ging, waar ik niet genegeerd, mishandeld of
verlaten kon worden, of voor mezelf zou moeten zorgen; -een
plaats van licht en liefde, zo verschillend van dit aardse
bestaan. Met het laatste beetje energie dat ik nog had,
probeerde ik haar met een laatste kwispel te vertellen dat
mijn "hoe kon je?" niet tegen haar gericht was. Ik dacht aan
jou, lieve baas. Ik zal altijd aan je denken en altijd op je
wachten.

Moge iedereen in je leven je zoveel trouw betonen
!